Hoewel het een warme dag is, weiger je alsnog jouw dikke, zwarte winterjas uit te doen. Het is al regelmatig gebeurd dat de mensen bevooroordeeld zijn door de vele tatoeages op jouw armen en de baby in de buggy. ‘Arm kind, die gaat er later vast net zo uitzien als zijn moeder,’ hoorde je de mensen in de bus gisteren schaamteloos zeggen. ‘Zonde hoor, maar als je kijkt naar de moeder zelf… Die is nog geen achttien jaar. Zij heeft zeker zo’n wild leven. Waar laat zij dat kind als zij gaat stappen? Wat een kindermishandeling!’ Je weet eigenlijk niet wat jij nou precies erger vindt: dat mensen vooroordelen hebben over getatoeëerde mensen of dat zij vooroordelen hebben over het feit dat jij per ongeluk een baby hebt op zo’n jonge leeftijd.Het maakt mij niets uit hoe mijn vrienden eruit zien. Zo ga ik regelmatig naar de stad met een jongen in gekleurde skinny jeans, heb ik vriendinnen met roze, blauw en groen haar gehad en ben ik bevriend met mensen die in de emo-scene zitten, of hoe je dat dan ook noemt. Zijn zij anders dan anderen? Voor mij niet. Het zijn stuk voor stuk lieve mensen en ik ben dan ook erg blij om met hen als vrienden. Triest vind ik het om te zien hoe mijn vriend met felrode skinny jeans wordt nagekeken. Hoe hij wordt uitgelachen door sommige mensen die zich beter voelen of hem voor homo uitmaken. Dat hij een vriendin heeft, weten zij niet. Want tegenwoordig is het zo dat alleen homo’s felrode skinny jeans dragen.
Mijn vriendinnen met roze haar? Hetzelfde verhaal. Ik had een hele lieve collega met wie ik regelmatig naar huis fietste. Op een dag kwam zij helemaal van streek op het werk, dat ze was bekogeld met eten toen ze alleen maar aan het fietsen was. Of ik even mee naar de wc wilde gaan om de etensresten uit haar haren te halen. Triest. Zij is oprecht één van de liefste personen die ik ken, maar zij is anders. Want zij heeft roze haren. Neem dan mijn beste vriendin. Zij heeft op zeventienjarige leeftijd een kind gekregen. Per ongeluk, want zij was er te laat achter gekomen. De vader wilde het kind niet, dus zij heeft er helemaal alleen voor gezorgd. Niet iedereen begrijpt dat, dat snap ik. Toch vind ik het onwijs knap hoe zij zichzelf erdoorheen heeft geslagen. De reacties van iedereen waren onwijs grof, maar ik ben blij dat het haar is gelukt. Zij heeft inmiddels een onwijs lieve en mooie eenjarige zoon. En zij loopt met trots door het winkelcentrum.
Ook ik heb last van vooroordelen. Met mijn negentien jaar ben ik de jongste, waardoor sommigen denken dat ik minder goed ben in wat ik doe. Of dit waar is? Ik betwijfel het. Toch laat ik het die mensen maar denken, want zij zien vanzelf wel wat voor werk ik lever.
Ben jij weleens bevooroordeeld? Waarom?
Groetjes,
Angel
Geschreven voor: http://www.justsemir.nl/vooroordelen-2/
Die leuke jongen van de klas heeft je eindelijk meegevraagd naar het eindexamenbal. Nooit gunde hij jou een blik waardig en zijn vrienden deden eigenlijk niets anders dan jou pesten. Regelmatig vond je kauwgom van hen in jouw haar en zij hadden vaak pijnlijke bijnamen voor jou bedacht. Toch vertrouwde je hem, omdat hij altijd zo eerlijk overkwam. Die speciale avond? Die zou je eigenlijk toch het liefst vergeten. Nog nooit ben jij zó vernederd.
Je zit minstens een uur naar het beeldscherm te staren. Er wordt verwacht dat jij een collage maakt over iets dat jou inspireert. Niet zo moeilijk, aangezien jij makkelijk geïnspireerd wordt. Echter valt het vinden van beeldmateriaal een beetje tegen, aangezien jij niet weet wat jou nou precies inspireert. Op die leuke jongen na. En zijn ogen. En zijn … oké, terug naar het onderwerp.
Jij gaat helemaal op in het moment met je vriendinnen. ‘Thriller, thriller!’ zingen jullie, terwijl je wanhopig de moonwalk probeert uit te voeren. Dat het midden op straat gebeurt, was jij even vergeten. Het was veel te gezellig, zeker het hoogtepunt van vandaag. Jij was echter weer in de realiteit toen er voorwerpen naar jouw vriendinnen en jou gegooid werden. Alsof je in de nieuwste Nederlandse aflevering van Gossip Girl zat, werden foto’s van jullie op twitter gezet met de onderschrift: ‘rare mensen die Michael Jackson proberen te imiteren, lol’
Deze presentatie was zoals jij nog nooit had meegemaakt. De geïnteresseerde ogen die jou aanstaren, kijken dwars door jou heen. De stilte, waardoor je een speld hoort vallen. De knikkende knieën, waardoor jij jou slap voelt. De ademhaling die versneld wordt en het zweet dat jou uitbreekt. De angst dat het weer gebeurd, begint te overheersen. Wanhopig vraag jij je af waarom jij hier last van hebt. Waarom?
Op een gegeven moment ging mijn hartslag zo snel, dat ik te veel zuurstof binnenkreeg tijdens het ademhalen en mijn vingers verstijfden. Ik voelde me een freak. Het gebeurde voor de klas, tijdens een presentatie. Iedereen zag wat er gebeurde en was in de eerste instantie geschrokken en bezorgd. Zij zagen hoe mijn vingers verstijfden en een rare, kromme houding aannamen en hoe ik steeds sneller adem begon te halen. Dit gebeurde allemaal in het derde jaar. Ik denk dat de angst te groot begon te worden, waardoor ik begon te hyperventileren.
Na maandenlange martelingen, stomme inwijdingsrituelen en gaten in beide handen, ben jij eindelijk deel geworden van het groepje mensen waar jij altijd al bij wilde horen. Terwijl jij een stoel wilde pakken om aan te schuiven aan tafel, hoorde jij al wat geroezemoes over een lief meisje uit de klas met een excentrieke stijl. ‘Ja, ik haat haar. Ik haat haar kleren. Ik haat haar haren. Wat heeft zij een hatelijke uitstraling,’ ving jij op. Toen jij aan kwam schuiven met jouw stoel, keken zij jouw richting op. Ja, nu moest jij natuurlijk wat zeggen. Anders zou al het harde werk voor niets zijn geweest. Anders hoorde jij er niet bij.
Rustig probeer je jouw vriendin te overtuigen dat je écht niet mee kan naar dat leuke feestje. ‘Ah, kom op! Waarom niet?’ vraagt ze, zo wanhopig mogelijk. Nou, denk je. Ik moet sparen voor dit, dat moet ik nog kopen, die verjaardag komt er nog aan. Nog een laatste keer kijk je naar jouw vriendin, die zo vervelend mogelijk een pruillipje opzet. Dit had je beter niet kunnen doen. ‘Ah, vooruit!’ zeg je, waarna zij een gat in de lucht springt.
‘Wel je hagelslag opruimen, hè!’ roept jouw moeder jou na. Jij, als klein kindje, geeft een begripvol knikje. Je stopt het laatste stukje brood met hagelslag in je mond met je redelijk mollige handen. ‘Waarom?’ mompel je, met jouw onwijs volle mond. Het broodje hagelslag verloor de meeste hagelslag, terwijl de warme zonnestralen via het raam weerkaatsen met dit zomerweer. ‘Anders komen er mieren, dat wil je niet’ antwoordde jouw moeder. Spontaan spuugde jij jouw broodje hagelslag uit. Dus…. Jij zat eigenlijk allemaal miereneitjes op te eten?
Na eindelijk jouw frustratie geuit te hebben over die vervelende jongen, bleek hij achter jou te staan. Het was een hele aardige jongen, die alles voor je deed. Hij was zó aardig, dat het irritant werd. Als je zei dat je dorst had, stond hij achter je met twee flessen water. Had je honger? Dan gaf hij jou zijn crackers. Hij was zó aardig, dat het vervelend was. ‘Oh, sorry! Hoe kan ik mijzelf veranderen zodat ik je niet meer irriteer?’ vroeg hij, terwijl hij zijn notitieblokje erbij pakte.
Gezellig zit je met jouw beste vriend te lunchen in de HEMA. Hij stelde voor om wat te eten in de stad en hé, waarom niet? Enthousiast nam jij plaats op de bank, waarna hij je kwam vergezellen. Je ziet hem steeds iets dichter bij komen, waarna je maar vraagt of hij het koud heeft. ‘Wil je anders mijn vest lenen?’ vraag je nog vriendelijk, wat hij afwijst. Nadat hij je probeert te kussen, word jou pas duidelijk wat hij van je wil.
Heb ik hier spijt van? Nee. Vind ik het jammer? Ja. Ik was redelijk oud toen ik make-up begon te dragen, omdat mijn vrienden daar natuurlijk niet gewend aan waren. ‘Ha, Angel draagt make-up!’ riep een vriend nog. Hij vond het wel grappig, want hij zag mij natuurlijk ook als één van hen. Hakken dragen? Nee joh! Sneakers, zit lekker comfortabel! Ik moet wel eerlijk opbiechten dat ik nog steeds niet op hakken kan lopen. Sleehakken lukken nog net, maar ik zit alsnog zielig te wankelen.
Iedereen kent die vriendenboekjes wel, nietwaar? Bij de vraag ‘Wat wil je later worden?’ vulde ik braaf: ‘Superheld’ in. Ik wilde vroeger altijd een superheld zijn. In het donker de wereld redden en overdag gewoon het alledaagse leventje leiden. Dit het liefst met magische krachten erbij, zoals hydrokinese(water controleren) en telekinese. De reden was heel simpel: mensen helpen. Toch miste ik de zelfvertrouwen om het te doen. Ik kwam nou niet bepaald bedreigend over, waardoor de slechteriken mij al verslagen zouden hebben, voordat ik de kans kreeg.
Diep in gedachten kijk je naar jouw mobiel. Heeft die ene speciale jongen nog wat naar je gestuurd? Als een echte cyberstalker zit je alles de hele tijd te vernieuwen in de hoop dat hij eindelijk dat speciale berichtje naar je gestuurd heeft. Naast je zitten twee meisjes die beginnen te grinniken. Hebben zij door wat jij aan het doen bent? Onopvallend kijk je hun richting op en volg je hun blikken. Dat dit kon, had jij nooit verwacht: je ziet een jongen klem zitten tussen twee treindeuren. Terwijl jij vol verbazing naar hem zit te kijken, krijg jij eindelijk dat speciale berichtje binnen.
Apart vind ik het om te zien hoe mensen met hun laatste hap adem de trein proberen te halen. Laatst zat er een jongen vast tussen de trein deuren, waardoor ik afvraag waarom hij überhaupt deze kans waagt. Ik schaam me snel, misschien dat ik later ook zo zal rennen voor de trein, maar voor nu mijd ik liever de kans dat ik op een dag vast kom te zitten.
Het is pikkedonker. Slechts één lampje brandt, waardoor je eigenlijk niets ziet. De televisie eist hierdoor al jouw aandacht. Je voelt hoe jouw hart sneller begint te kloppen van angst, terwijl je hoopt dat niemand doorheeft hoe bang jij eigenlijk bent. ‘De film is helemaal niet zo eng als verwacht!’ roept een vriend van jou. Jij begint te lachen. ‘Als je hier bang voor bent, ben je echt een angsthaas,’ zeg je zo stoer mogelijk. De vriend begint instemmend te knikken. Jij ziet zijn hoofd in slow motion op en neer gaan, terwijl de schaduw achter hem jou probeert mee te slepen naar een duistere plek. Je ziet hoe de schaduw steeds dichterbij komt en… komt snel tot de conclusie dat je maar snel naar een tekenfilm moet grijpen, voordat je al helemaal niet meer kunt slapen.
Vroeger keek ik het liefst horrorfilms op de bank met een dikke deken, waar ik mij onder kon verschuilen. Deze deken was veilig, een hele lang tijd geleden. Ik vergeet nooit meer het moment dat een vriendin van mij op het idee kwam om the Grudge te kijken. Sowieso was ik al half getraumatiseerd door haar kamer: zij had twee clowns aan het plafond hangen. Dat die geest een vrouw achterna zat, kon ik nog verwerken. Het moment dat zei in haar bed sprong en onder de dekens kroop, vond ik begrijpelijk. Zelf had ik ook een deken over mij heen. Het moment dat die geest onder de dekens vandaan kwam om de vrouw mee te nemen, ging mij veel te ver. Ik gooide de deken op de grond en kwam maar met moeite in slaap. Ik zou bij haar blijven logeren en de deken was ineens geen veilige haven meer voor mij. Het feit dat de twee clowns aan het plafond mij ook bestudeerden, hielp nou ook niet echt bepaald.
Hoewel het half negen ’s ochtends is, besluit je alsnog de caissière zo vrolijk mogelijk te begroeten. ‘Goedemorgen!’ zeg je met jouw grootste glimlach. De caissière, die misschien hooguit drie uur slaap heeft gehad, gunt je geen blik waardig. In plaats daarvan kijkt ze met haar zware oogleden naar het bedrag van jouw boodschappen dat zojuist is weergegeven, terwijl zij die cijfers in slow motion voorleest. Een alsjeblieft zou haar al te vermoeiend zijn en in trance vraagt ze nog of je het bonnetje mee wilt. Nadat je haar een fijne dag hebt gewenst, besluit zij dat het tijd is om haar mond te laten rusten.
‘Maar Angel, ik lach eigenlijk helemaal niet zo snel,’ hoor ik je denken. Neem jezelf niet al te serieus. Pieker niet over dingen waar je niets aan kunt doen. Tuurlijk is het normaal om je zorgen te maken, maar als je er niets aan kunt doen, waarom zou jij je er dan zorgen over maken? We zullen zien hoe het eindigt! Geniet van de kleine dingen in het leven.
Daar loop je dan als tienjarige, hand in hand met je moeder. Je hoopt en bidt dat niemand jullie zal zien, want de hand van je moeder vasthouden, is alles behalve stoer. Je schaamt je zo erg, dat je eigenlijk alleen maar naar de grond durft te kijken en wanneer je iemand jouw naam hoort roepen, doe je net alsof je het niet hebt gehoord. Nogmaals hoor je jouw naam uit de verte. Dat ben ik niet, hoor. Ik zou nooit mijn moeders hand vasthouden, daar ben ik veel te stoer voor.
Presenteren? Mooi niet! Iedereen zou naar mij gaan staren en verschrikkelijke dingen denken. Wat als ik iets doms zou doen en iedereen over mij zou roddelen? Niet dat ik zo interessant ben, helemaal niet. Ik schaamde me zo snel en was zó bang om te presenteren, dat ik op een gegeven moment last begon te krijgen van haaruitval en uitslag. Mijn docent verwees me door naar een faalangsttraining, welke ik succesvol heb afgerond. Mocht jij je ook schamen of onzeker zijn van jezelf, dan raad ik je echt aan om zo’n training te volgen. Iedereen zit daar met hetzelfde probleem als jij en ik dacht altijd: ‘Faalangst? Dat heb ik niet! Ik schaam me alleen maar heel snel.’ Ik stress nog steeds net zo erg als vroeger en vooral het feit dat ik een Engelse opleiding doe, werkt niet echt mee. Toch probeer ik er het beste van te maken. Ik heb alle tips onthouden die ik heb gekregen en wanneer ik weer bijna een inzinking heb, denk ik aan alle vriendelijke gezichten die ik heb leren kennen.
Het is pauze. Jij bent zoals gewoonlijk weer eens jouw lunch vergeten mee te nemen, terwijl jouw vriendin een broodtrommel vol brood en fruit mee heeft genomen. ‘Wil je ook een broodje?’ vraagt ze, nadat ze zag hoe hongerig je naar haar broodtrommel keek. ‘Graag!’ opgelucht pak je het broodje aan. Je neemt een hap… en hebt geen idee wat erop zit. Je besluit te kijken en komt tot de ontdekking dat er pindakaas met hagelslag opzit. Je had er wel vaker over gehoord, maar vond het maar ranzig klinken. Eigenlijk is het best lekker.
Allereerst koop je een verpakking zoute magnetronpopcorn en een zakje M&M’s naar keuze. Vervolgens stop je de popcorn in de magnetron, kiepert het om in een bak en voeg je de M&M’s toe. De M&M’s moet je toevoegen naar smaak, aangezien het wel heel overheersend (lees: te zoet) kan zijn. Vervolgens alles even goed door elkaar schudden en proeven maar!
Eindelijk is jouw nieuwe jas binnen. Na twee weken gewacht te hebben, verwacht je liefde op het eerste gezicht. Nadat je zag hoe tof de jas stond bij het model, moest je hem ook hebben. Eenmaal uitgepakt lijkt het net op een vuilniszak. Of heeft de vuilniszak meer vorm? Je besluit naar de online webwinkel te gaan en ziet het al.. ‘Model draagt maat 32’. Daar sta je dan voor de spiegel met jouw maar 36. Nog nooit voelde jij je zo dik.
Tenminste, ik doe dat regelmatig. Wanneer ik op het treinstation en in de trein verveeld om me heen zit te kijken, bestudeer ik regelmatig personen. Misschien een beetje typisch als Communicatie studente, want veel klasgenoten zeggen dat zij het ook doen.
Eindelijk heb je jouw droompaar gevonden: de mooiste pumps die je in tijden hebt gezien. Het kwam goed uit, aangezien vanavond het eindgala zal plaatsvinden. Eindelijk een gelegenheid om met die mooie jongen te dansen. En misschien zullen jullie lippen elkaar wel raken… Maargoed, de schoenen. Tot jouw grote opluchting hebben zij jouw maat nog en… ze passen! Je besluit een stukje te lopen en komt tot de ontdekking dat ze eigenlijk toch wel heel hoog zijn. Net toen je om wilde keren, ga je door je enkel. Dat wordt geen gala voor je vanavond…

Daar zit je dan, voor jouw idee al eeuwen te azen op het laatste concertkaartje van jouw favoriete muzikant. Vlak voor de bieding eindigt, wordt er hoger geboden. Alsof jouw leven ervan afhangt druk je zo hard en snel mogelijk op de knop dat je last begint te krijgen van jouw vingers. Nadat je eindelijk het kaartje hebt gewonnen, gooien jouw ouders roet in het eten. ‘Zo laat?’ of ‘Zo ver weg? Jij blijft thuis’. Tevergeefs probeer je een week later nog te liegen dat je toevallig op die datum bij je vrienden blijft slapen, maar jouw ouders zijn natuurlijk niet gek.
Ik weet nog dat ik in de avond naar Amsterdam ging om naar de bioscoop te gaan met een paar vrienden die daar wonen. Mijn moeder vond het doodeng om mij te laten gaan, maar met de afspraak dat zij mij ieder uur mocht bellen, liet zij mij uiteindelijk toch gaan. De film begon iets later dan gepland en mijn moeder werd steeds bezorgder.’Ik ben niet in Amsterdam hoor, mam. Wij pakken een filmpje in Almere,’ loog ik. ‘Ik ben half twaalf thuis!’. Natuurlijk had ik mijn trein net gemist en was ik bang geworden van de film, angsthaas dat ik ben. Ik was uiteindelijk half twee thuis, maar mijn moeder vond het niet erg, omdat ik toch in Almere was. Totdat zij mijn treinkaartje vond. Ik stribbelde nog tegen: ‘Het is toch goed gegaan? Ik ben vijftien, wat kan er nou gebeuren?’. Even om half een de trein pakken in mijn eentje, wat was ik slim.
De warme zonnestralen kaatsen via jouw slaapkamerraam op je gezicht en het gezang van de vogels werken als een natuurlijke wekker. Je haalt diep adem, om vervolgens de geur van verse broodjes te ruiken. Met de hoop dat er meer ochtenden als deze volgen, verlaat je jouw vertrouwde bed. Je sloft naar de woonkamer, nog na aan het genieten van deze mooie ochtend, om vervolgens op de bank te ploffen. Dit ging echter niet als gepland: de bank was weg en jij plofte op de grond. Je ging er zo vanuit dat alles op zijn plek stond, dat je geen oog had voor de meubilair in de woonkamer. Want.. veranderingen zijn eigenlijk alleen maar slecht, nietwaar?
Daar zit je dan, gezellig met je familie op de bank. Je familie praat over vroeger en zeggen dat het zo mooi is dat zij nog steeds contact hebben met vrienden van vroeger. Versteld vraag je hoe dat mogelijk is, jij hebt immers tien, als het niet minder is, vrienden. Plots word je onderbroken door het gelach van je neefje, die zegt: ‘Tien? Ik heb er vierhonderd vijfenzeventig op Hyves en vijfhonderd op Facebook!’.
Daar zit je dan: omringd door kinderen die patatjes in hun mond proppen. Ondertussen pakken zij dolenthousiast hun speeltjes uit en lopen ze rond met ballonnen. Heel gezellig, totdat je op moet staan om de restjes eten weg te gooien. Je begint al hartkloppingen te krijgen en wanneer je opstaat wordt het nog erger. Je voelt je hart sneller en sneller kloppen: nog even en hij ligt in je broertjes Happy Meal. Terwijl je de reactie van je broertje probeert voor te stellen, bevries je. Daar staat hij dan: Ronald McDonald. De engste clown ooit.
Batman. Ik heb altijd al superkrachten gewild. Dit om anderen te helpen en te veranderen in een of andere superheldin. In Batman zat, voor The Dark Knight, ook nog een andere Joker. Zijn wapen was gas, geloof ik. Ik ben zo getraumatiseerd geraakt dat ik hem niet nog een keer gezien heb. Toch maakte The Dark Knight mij zo nieuwsgierig, dat ik de film besloot te kijken. Ik was immers weer een paar jaar ouder, dus dat had geen probleem moeten zijn. Had ik het even mis. Deze film was nog gekker dan de vorige! Clowns en jokers… Nee dank je. Verwacht mij ook vooral niet op een Halloween feestje met clowns of met carnaval, zolang er clowns zijn, kom ik niet. Ik houd er alleen maar nachtmerries aan over. It heb ik trouwens nooit gezien, maar ik heb hem al wel in mijn bezit. Is ‘ie eng? Ik durf hem niet te kijken!
Daar lig je dan op de grond. Gestruikeld over een stoeptegel die een beetje uitstak. Je vrienden lachen erom, terwijl jij het liefst door de grond wilt zakken. Goed onthouden: hier ligt een scheve stoeptegel! De dagen daarna lijkt alles goed te gaan: je bent al een paar keer langs gelopen en hebt de stoeptegel ontweken, totdat je zo gezellig in gesprek bent dat je het vergeet. Hup, daar lig je weer. ‘Was je hier de vorige keer ook niet gevallen?’ lacht je vriendin. Een hand uitsteken doet ze niet hoor, het is allemaal veel te grappig.
Daar sta je dan, met knikkende knieën voor de klas. De mensen met wie je in het groepje zit hadden besloten dat jij het beste presenteert, terwijl je er eigenlijk niet zoveel van bakt. ‘Maar de vorige keer heb ik ook al gepresenteerd!’, probeer je nog duidelijk te maken. ‘Dat deed je zo goed, dat je het nog een keer mag doen. Of doe je het liever niet?’ Zuchtend besloot je het maar te doen. Zo vaak vragen ze toch niets aan je?



